Veelgestelde vragen over energiedelen, persoon-aan-persoonverkoop en energiegemeenschappen

Waarom heeft Europa een richtlijn gepubliceerd die energiegemeenschappen mogelijk maakt?

De overstap naar een duurzame energiemix biedt eindafnemers de kans om een actievere rol te spelen in de energiemarkt. De laatste jaren ontstonden al verschillende vormen van sociale innovaties, zoals energiecoöperaties en groepsaankopen, die consumenten aanzetten tot een bewustere marktdeelname. Europa wil hier verder op inzetten en erkent daarom in het Clean Energy Package ‘energiegemeenschappen’. Deelnemers aan energiegemeenschappen kunnen via bepaalde nieuwe concepten energie delen en verkopen.

Burgers, lokale overheden en ondernemingen meer betrekken bij de energiemarkt draagt bij tot een breder maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie en de verdere uitbouw van hernieuwbare energieprojecten. Deze nieuwe concepten zijn hiervoor interessante instrumenten.

Wat is een lokale energiegemeenschap (Local Energy Community of LEC)?

Een lokale energiegemeenschap is een containerbegrip voor een energiegemeenschap met een lokaal karakter. Voorbeelden zijn hernieuwbare energiegemeenschappen (REC) of energiegemeenschappen van burgers (CEC) met lokale deelnemers. De term werd gebruikt in eerdere versies van het Clean Energy Package, maar is niet opgenomen in de definitieve richtlijnen en heeft dus geen juridische betekenis in Vlaanderen. In Brussel werd wel een bijkomend concept opgenomen in de wetgeving met de naam ‘Local Energy Community’.

Wat is een hernieuwbare energiegemeenschap (Renewable Energy Community of REC)?

Een hernieuwbare energiegemeenschap (REC) is een nieuwe speler binnen de energiemarkt, ingevoerd in de Hernieuwbare Energierichtlijn. Dit samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid richt zich op het gezamenlijk produceren en delen van hernieuwbare energie op een nabije locatie. De leden van een REC zijn natuurlijke personen, kmo’s of lokale overheden, met inbegrip van gemeenten.

Een REC moet voldoen aan een nabijheidsvereiste: de deelnemers moeten zich ‘in de nabijheid’ bevinden van de hernieuwbare energie die ze opwekken en delen. De REC beslist zelf in functie van haar activiteiten hoe die nabijheid concreet wordt ingevuld. De Vlaamse Regering kan daarbij nog bijkomende voorwaarden opleggen.

Een REC kan – net zoals actieve afnemers – deelnemen aan energiediensten, flexibiliteit of aggregatie, en activiteiten ondernemen m.b.t. energieproductie en elektriciteitsopslag. Zij kunnen zelf energiediensten en oplaaddiensten voor elektrische voertuigen aanbieden en ze hebben recht op energiedelen: de – ogenblikkelijke – onderlinge toewijzing van binnen de REC opgewekte en in het net geïnjecteerde energie.

Aangezien REC’s worden ingevoerd in de Hernieuwbare Energierichtlijn, hebben hun activiteiten enkel betrekking op hernieuwbare energiedragers (elektriciteit en thermische energie).

Wat is een energiegemeenschap van burgers (Citizen Energy Community of CEC)?

Een energiegemeenschap van burgers (CEC) is een nieuwe speler binnen de energiemarkt, ingevoerd in de Elektriciteitsrichtlijn. Een CEC richt zich vooral op particuliere deelnemers, maar vereist geen geografische nabijheid. Deelnemers kunnen zich dus om het even waar bevinden.

Iedereen kan lid zijn van een CEC, maar het zeggenschap (governance) moet in handen zijn van natuurlijke personen, lokale overheden of kleine ondernemingen. Voorwaarde is dat zij niet betrokken zijn bij grootschalige commerciële activiteiten en dat energiediensten voor hen niet de belangrijkste economische activiteit vormen.

Een CEC kan – net zoals actieve afnemers – deelnemen aan energiediensten, flexibiliteit of aggregatie, en activiteiten ondernemen m.b.t. energieproductie en elektriciteitsopslag. Zij kunnen zelf energiediensten en oplaaddiensten voor elektrische voertuigen aanbieden en ze hebben recht op energiedelen: de – ogenblikkelijke – onderlinge toewijzing van binnen de CEC opgewekte en in het net geïnjecteerde energie.

Aangezien CEC’s worden ingevoerd in de Elektriciteitsrichtlijn, gelden de bepalingen enkel voor (zowel groene als grijze) elektriciteit, maar niet voor andere energiedragers. Dit werd in Vlaanderen uitgebreid naar thermische energie.
De Elektriciteitsrichtlijn biedt de lidstaten de mogelijkheid om een CEC het recht op eigendom, aanleg, aankoop of lease en beheer van distributienetten toe te kennen. Dit is in Vlaanderen niet het geval: het netbeheer gebeurt door de distributienetbeheerders.

Wat is gezamenlijk zelfverbruik?

Gezamenlijk zelfverbruik van hernieuwbare energie, een concept ingevoerd in de Hernieuwbare energierichtlijn, geeft actieve afnemers in hetzelfde gebouw het recht om energie die ter plaatse wordt opgewekt, gezamenlijk zelf te verbruiken. Een voorbeeld: energiedelen in appartementen waarbij de energie van een gedeelde PV-installatie op het dak wordt verdeeld onder de bewoners van het appartementsgebouw. In tegenstelling tot een REC of CEC is voor gezamenlijk zelfverbruik geen rechtspersoon vereist. Een contract of samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers is voldoende.

Hoe staat Fluvius tegenover energiegemeenschappen?

Fluvius ondersteunt energiegemeenschappen op het distributienet en garandeert de rechten van de eindklant, inclusief het recht op niet-deelname (opt-out). Fluvius neemt extra activiteiten op ter ondersteuning van energiegemeenschappen, zonder er evenwel zelf aan deel te nemen.

Fluvius meent dat energiegemeenschappen geen eigen net vereisen, maar op het (bestaande) distributienet kunnen worden opgezet. Dit kan gepaard gaan met het aanbod van extra diensten voor lokale optimalisatie, zoals eilandwerking of DC-bedrijf. Fluvius ondersteunt daarom de beslissing om de optionele bepaling rond netbeheer door energiegemeenschappen niet om te zetten.

Daarnaast pleit Fluvius voor een ontkoppeling van net- en marktniveau. De infrastructuur wordt gedimensioneerd op basis van de fysieke energiestromen, de klantkeuzes (die veel sneller variëren) worden verrekend op marktniveau. Op die manier vermijden we dat keuzes op korte termijn lange tijd doorwerken op de netontwikkeling.

Wanneer zijn energiegemeenschappen mogelijk?

De Vlaamse regering legt de fasering vast.

Tabel met de fasering van de energiegemeenschappen

Wat is een regelluwe zone?

Een regelluwe zone voor energie (RZE), een concept ingevoerd in de Vlaamse wetgeving, maakt het experimenteren met innovatieve energieconcepten mogelijk. Een RZE kan worden toegekend aan een innovatief project binnen een welomschreven, afgebakend geografisch gebied en voor een maximale periode van 10 jaar (eenmalig met 5 jaar verlengbaar). Tijdens deze periode kan binnen de RZE afgeweken worden van specifieke bepalingen van het Energiedecreet en de daarvan afgeleide bepalingen.

De toekenning gebeurt op basis van een aanvraagdossier dat de doelstelling en inhoud van het project en de bepalingen waarvan men wenst af te wijken, duidelijk omschrijft en verantwoordt. Daarnaast zijn argumenten nodig waarom minder vergaande alternatieven niet volstaan, en moet er toestemming zijn van betrokkenen voor wie het minder voordelig is. Tot slot is een raming nodig van de impact op de inkomsten van de netbeheerders voor het gebruik van het netwerk, op de heffingen en op de ODV.

Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de maturiteit van het project, de innovativiteit en mogelijkheid tot reproductie op andere plaatsen, het maatschappelijk belang dat dat van de individuele aanvragers moet overschrijden en de mate waarin het project derden onevenredig belast. Fluvius heeft een adviserende rol in het aanvraagdossier.

Aangezien de omzetting van de richtlijnen nog niet gebeurd is, overwegen aanvragers van bepaalde projecten rond energiegemeenschappen om een aanvraag voor RZE in te dienen. Zo willen ze anticiperen op de toekomstige regelgeving. Gezien zijn eigen adviserende rol in de aanvraagprocedure, moet Fluvius hier omzichtig mee omspringen. In principe neemt Fluvius geen deel aan projecten of aanvragen voor RZE, tenzij een samenwerkingsovereenkomst vooraf de rol als netbeheerder duidelijk vastlegt. De afdeling Regulering behandelt dergelijke vragen.

Zijn er aanpassingen nodig aan de manier van netaanleg of aansluiting?

Fluvius is voorstander van een strikte scheiding van het fysieke (net)niveau en het marktniveau waarop de nodige verrekeningen van energievolumes en tarieven gebeuren. In die zin zijn er dus geen aanpassingen aan de manier van netaanleg of aansluiting nodig. Fluvius wil energiegemeenschappen immers ook mogelijk maken op bestaande netten. Wel moeten alle deelnemers aan energiegemeenschappen een digitale meter hebben die per kwartier wordt uitgelezen.

Enige uitzondering hierop is de situatie waarin bijkomende diensten voor lokale optimalisatie worden aangeboden (zoals eilandwerking of DC-bedrijf). Hiervoor zijn wel een aangepast netontwerp en een andere exploitatie nodig.

Is voor energiedelen altijd een energiegemeenschap nodig?

Energiegemeenschappen moeten energiedelen stimuleren. In enkele specifieke gevallen is energiedelen mogelijk zonder het nieuwe kader van energiegemeenschappen.

Naast energiegemeenschappen voorziet het nieuwe kader ook gezamenlijk actieve afnemers. Dit zijn netgebruikers in één gebouw die energie kunnen delen. Die energie moet wel opgewekt zijn door een installatie op datzelfde gebouw en mag deze locatie niet verlaten. Hiervoor is geen rechtspersoon nodig.

Daarnaast is de mogelijkheid voorzien om energie te delen tussen verschillende toegangspunten met dezelfde actieve afnemer als titularis. Ook hiervoor is geen rechtspersoon nodig.

Een directe lijn biedt de mogelijkheid om twee bij elkaar gelegen partijen (producent en afnemer) energie te laten delen.

Via de leveranciers bestaan ook vormen van energiedelen die lokale groene stroom verdelen (bv. Ecopower, Wasewind …). De afnemers zijn in deze voorbeelden ook mede-eigenaar van de productie-installaties voor groene stroom. Het gaat dus om coöperaties van burgers die de gemeenschappelijke productie verdelen via de reguliere marktwerking, nl. een erkend leverancier. Dit concept is alleen haalbaar op vrij grote schaal.

Energiedelen vereist dus niet altijd een energiegemeenschap.

Kan een energiegemeenschap volledig off-grid gaan?

Niemand is verplicht zich aan te sluiten op distributienetten. De vraag is natuurlijk of het technisch en economisch mogelijk is om zelf voor de nodige energie te zorgen. Door de wispelturigheid van groene stroombronnen is de leverbetrouwbaarheid laag. Batterijen laten toe om een korte termijn te overbruggen (tot enkele dagen), maar er is nog geen oplossing om het hele jaar door zelf voldoende stroom op te wekken.

In de praktijk nemen gebruikers door meer lokale productie en zelfconsumptie gemiddeld minder energie af via het distributienet. De typische afnamepiek in de winter zien we op korte termijn echter niet snel verdwijnen.

Zijn de klanten binnen een energiegemeenschap goedkoper af?

Het Europese kader stelt duidelijk dat geldgewin geen doel mag zijn voor de oprichting van een energiegemeenschap. Er mag ook geen negatief effect ontstaan voor de andere netgebruikers.

Er zijn natuurlijk wel een aantal financiële voordelen:

  • één grote gemeenschappelijke PV-installatie is goedkoper dan vele kleine.
  • bij grote installaties en zonder terugdraaiende teller is de injectieprijs lager dan de afnameprijs. Door lokaal geproduceerde energie maximaal lokaal te verbruiken, daalt de prijs van de energiecomponent op de factuur.
  • een energiegemeenschap kan gezamenlijk ook ondersteunende diensten leveren in de markt en hiervoor een vergoeding krijgen.

Het tarifair kader voor energiegemeenschappen moet nog uitgewerkt worden. Vermoedelijk zal de wetgever vermijden dat gebruikers andere kosten (ODV’s, grid fee,…) via een energiegemeenschap ontlopen. Het standpunt van de regulator is dat er enkel een tarifair voordeel kan toegekend worden als er effectief baten zijn voor het net.

Hoe kan Fluvius helpen om een energiegemeenschap op te richten?

Fluvius neemt niet actief deel aan een energiegemeenschap. Als maatschappelijk verantwoordelijke speler in de energiemarkt neemt Fluvius wel een ondersteunende rol op. In eerste instantie omvat dit de registratie van de deelnemers en van keuzes van de energiegemeenschap, zodat hiermee rekening gehouden wordt in de marktwerking. Fluvius staat als databeheerder ook in voor de verrekeningen in het kader van energiedelen en persoon-aan-persoonverkoop in de markt.

Daarnaast zullen ook specifiek producten ontwikkeld worden, zoals datadiensten en bepaalde netoplossingen voor specifieke behoeftes van energiegemeenschap. Mogelijk vraagt de overheid of de regulator aan Fluvius om de markt op het gebied van energiegemeenschappen te informeren en te sensibiliseren.

Kunnen bestaande ‘constructies’ zoals een VME (vereniging van mede-eigenaars) optreden als energiegemeenschap?

Binnen bestaande verenigingen (VME, oudervereniging,…) kan het idee van een energiegemeenschap ontstaan en uitgewerkt worden. De vereniging kan eventueel de rol van energiegemeenschap opnemen als zij een rechtspersoon is. Bij het delen van zonne-energie binnen eenzelfde appartementsgebouw lijkt het logisch dat de VME een rol opneemt, maar dit is geen must. Anderzijds kan een energiegemeenschap ook los van bestaande verenigen tot stand komen.

Wie moet een contact afsluiten met een energieleverancier, de energiegemeenschap als geheel of alle deelnemers afzonderlijk?

Alle deelnemers behouden een individuele aansluiting op het net, met een individuele meter geplaatst en beheerd voor de distributienetbeheerder. Elke deelnemer moet dus een contract afsluiten met een energieleverancier.

Zijn er in Vlaanderen al concrete energiegemeenschapsprojecten?

In Vlaanderen zijn enkele pilootprojecten opgezet, waarvan de meeste zich nog in de ontwikkelingsfase bevinden.
Gezien de Vlaamse wetgeving nog ontbreekt, is een energiegemeenschap momenteel enkel mogelijk via een regelluwe zone. Tot mei 2021 werden twee concrete aanvragen voor regelluwe zones ingediend in Vlaanderen, waarvan één werd gehonoreerd. Daarnaast zijn er verschillende projecten waarvan de initiatiefnemers een aanvraag overwegen.