In dit dossier

Berekening groenestroomcertificaten

Berekening groenestroomcertificaten

Wat zijn groenestroomcertificaten?

Om hernieuwbare energie te stimuleren, ondersteunt de Vlaamse overheid waar nodig de plaatsing van een groenestroominstallatie financieel. Dat gebeurt door middel van groenestroomcertificaten (GSC).

Aan de ene kant krijg jij GSC voor de groene stroom die jouw lokale installatie produceert. Aan de andere kant, moeten alle energieleveranciers jaarlijks een bepaalde hoeveelheid groene stroom leveren, eveneens uitgedrukt in GSC. Op die manier krijgen de certificaten een marktwaarde. Je kan je certificaten verhandelen op de markt of verkopen aan een gegarandeerde minimumprijs aan Fluvius.

Heb ik recht op groenestroomcertificaten en hoeveel steun ontvang ik?

Of je recht hebt op steun in de vorm van groenestroomcertificaten hangt af van de keurings- en indienstname-datum, alsook van het maximaal AC-vermogen van je installatie.

Zonnepanelen geplaatst vóór 1 januari 2013

Voor zonnepanelen geplaatst vóór 2013 nam de minimumsteun jaar na jaar geleidelijk af. Het bedrag per certificaat was afhankelijk van:

  • het maximale AC-vermogen van de omvormer(s)

  • de datum van indienstname van de zonnepanelen. Deze datum kan ten vroegste gelijk zijn aan de datum van de AREI-keuring. De datum van indienstname bepaalt naast het bedrag ook de start van de periode van 20 of 10 jaar.

Zonnepanelen tussen 1 januari 2013 en 14 juni 2015

Als je zonnepanelen plaatste tussen 1 januari 2013 en 14 juni 2015 is het aantal kWh dat recht geeft op één groenestroomcertificaat afhankelijk van een ‘bandingfactor’ (zie ook verder). Die kan elke 6 maanden geactualiseerd worden. Het overzicht van de bandingfactoren kan je nakijken op de website van VEA.

Zonnepanelen na 14 juni 2015

Installaties die gekeurd werden na deze datum kunnen geen aanspraak meer maken op groenestroomcertificaten. De Vlaamse regering besliste om die steun definitief te schrappen, vooral omdat de prijs van zonnepanelen de voorbije jaren fors is gedaald. Daardoor werden ze ook zonder steunmaatregelen rendabel.

Weet dat ook voor andere types lokale productie-installaties (wind, water …) groenestroomcertificaten worden uitgereikt. De minimumprijzen en het vooropgesteld rendement variëren echter wel. Meer informatie hierover vind je op energiesparen.be

Hoe worden mijn certificaten berekend?

Installaties van vóór 1 januari 2013 vallen buiten het systeem met bandingfactoren en ontvangen per 1000 kWh geproduceerde energie één groenestroomcertificaat.

Voorbeeld

  • Voor jouw installatie wordt een bandingfactor van 0,5 bepaald (zie ook het overzicht van de bandingfactoren)
  • Je installatie heeft 4000 kWh geproduceerd
  • Berekening:
    (0,5 x 4000)/1000 = 2 groenstroomcertficaten
  • Bij bandingsfactor 0,5 moet je in dit geval dus 2000 kWh produceren om recht te hebben op 1 certificaat

Wat is het residu?

Het residu is de restwaarde bij de berekening van de groenestroomcertificaten en wordt uitgedrukt in aantal groenestroomcertificaten.

Voorbeeld

Heb je een meterstand van je groenestroomteller ingegeven die leidt tot een geproduceerde waarde van 1200kWh voor de opgegeven periode, dan deel je 1200kWh door 1000. Het resultaat van deze berekening is 1,2 wat gelijk staat aan 1 groenestroomcertificaat en een residu van 0,2. In dit voorbeeld heb je dan nog 800kWh nodig om een nieuw groenestroomcertificaat te bekomen.

Opgelet: dit voorbeeld is enkel van toepassing voor installaties die geplaatst werden vóór 1 januari 2013. Installaties die geplaatst werden na deze datum zijn afhankelijk van een bandingfactor bij de berekening van de groenestroomcertificaten. De restwaarde zal bij deze installaties anders berekend worden en is afhankelijk van de bandingfactoren die van toepassing waren binnen de periode waarin de elektriciteit geproduceerd werd.

Wat is een bandingfactor?

Sinds 2013 wordt er gewerkt met een systeem van bandingfactoren. Een bandingfactor is een coëfficiënt die halfjaarlijks geactualiseerd wordt in functie van het gegarandeerde rendement (5%). Via dat systeem is de certificaatwaarde altijd dezelfde (93 EUR), maar varieert het aantal te produceren kWh per GSC.

Een geactualiseerde bandingfactor treedt in werking vanaf één maand na publicatie van het evaluatierapport van het Vlaams Energieagentschap (VEA). Als de bandingfactor in de loop van een maand geactualiseerd wordt, wordt de maandopbrengst verdeeld op basis van het aantal dagen, zodat de correcte bandingfactoren kunnen worden toegepast.

Voor zonnepanelen groter dan 10 kVA rapporteert Fluvius de opgewekte hoeveelheid elektriciteit per maand aan de VREG. Een nieuwe bandingfactor kan ook in de loop van een maand van kracht worden. De opbrengst wordt dan verdeeld op basis van het aantal dagen en de correcte bandingfactoren worden toegepast.

Meer informatie over de toepassing van het systeem van groenestroomcertificaten voor en na 1 januari 2013 en de laatste actualisaties van de bandingfactor vind je op de website van VEA.

Hoe worden en wanneer worden mijn certificaten uitbetaald?

Na registratie van de meterstand op je groenestroomteller, voor installaties met recht op steun en een maximaal AC-vermogen van 10kVA, gaat Fluvius na of de meterstand die je opgaf correct en realistisch is. Deze controle wordt uitgevoerd na registratie van de meterstand. Na goedkeuring van de meterstand wordt de nodige informatie aan VEA en VREG doorgegeven die de certificaten zullen berekenen en aanmaken. Na ontvangst van de certificaten door deze partijen worden de certificaten door Fluvius verwerkt voor uitbetaling. Binnen maximaal zes weken worden de groenestroomcertificaten uitbetaald.

Voor btw-plichtige klanten worden de certificaten uitbetaald via een bestelbon en factuur aan Fluvius, voor niet-btw-plichtige klanten wordt het bedrag op het opgegeven rekeningnummer gestort.