In dit dossier

Extra tips om je huishoudtoestellen energiezuinig te gebruiken

Extra tips om je huishoudtoestellen energiezuinig te gebruiken

Wasmachine

  • Kies een wasmachine met energieklasse A+++ en een goede centrifugeerefficiëntie (A). Het energieverbruik, vermeld op het energielabel, is een gemiddelde waarde van verschillende wasprogramma’s (90°,60°,40°, wol, fijne was,…)
  • Gebruik je een droogkast om je was te drogen? Dan is de centrifugeersnelheid van de wasmachine belangrijk. Kijk op het energielabel eerst naar het droogresultaat, dat bij voorkeur score A is, en dan pas naar het toerental.
  • Kies een wasmachine op maat van jouw gezinssamenstelling. De capaciteit van huishoudelijke wasmachines varieert van 6 tot 11 kg. Om zuinig te wassen is het vooral belangrijk dat je de wastrommel volledig vult.
  • Kijk bij de aankoop van je wasmachine of ze een kort programma heeft voor niet erg bevuild of enkel op te frissen wasgoed.
Heb je nog voldoende ruimte om een vuist bovenop je wasgoed te leggen? Dan is je wasmachine ideaal gevuld.

Droogkast

  • De elektrische droogkast met luchtafvoer droogt je was met warme lucht en blaast die vochtige lucht door een afvoer naar buiten. Ze staat dus het best in een ruimte met voldoende luchtaanvoer. Dit type haalt meestal energielabel C.
  • De elektrische condensatiedroger gebruikt ook warme lucht, maar koelt de waterdamp terug af en vangt het condenswater op in een reservoir dat je na elke droogbeurt leeg maakt. Een condensatiedroger heeft dus geen luchtafvoer nodig en wordt daarom dikwijls gebruikt in appartementen. De beste condensatiedrogers halen een energielabel B.
  • De condensatiedroger met warmtepomptechniek en de aardgaswasdroger zijn de zuinigste varianten (energielabel A), maar ze zijn nog niet goed ingeburgerd en worden dus ook slechts beperkt aangeboden.
  • Kies een toestel dat past bij jouw woonsituatie.

Koelkast

  • Bepaal het volume (aantal liter) van je nieuwe koelkast voordat je je keuze maakt. Dat doe je in functie van
    • het aantal personen (reken 100 liter voor één persoon en 50 tot 60 liter per bijkomende persoon)
    • het aantal maaltijden per week dat je thuis maakt
    • het tempo waarmee je je koelkast vult
    • de hoeveelheid verse en/of diepgevroren producten
    • de manier van koken: elke dag of voor verschillende dagen,…
  • Kies een toestel in functie van je behoeften. Er zijn koelkasten in verschillende uitvoeringen en vaak met meerdere temperatuurzones. Een meerzone-koelkast heeft drie tot vier verschillende temperatuurzones: een kelderzone (5° tot 15°C), een gewone koelzone (4°C), een vershoudzone (0° tot 1°C) en soms een vrieszone. Als je een aparte diepvriezer hebt, is het niet noodzakelijk om een koelkast met vrieszone te kiezen. Koelkasten zonder vriesvak zijn zuiniger dan combitoestellen.

Diepvriezer

  • Er zijn twee modellen op de markt: horizontale diepvriezers of kistmodellen (van 125 liter tot meer dan 650 liter) en verticale diepvriezers of kastmodellen (van 50 liter tot 500 liter).
  • Een kistmodel verbruikt minder energie dan een kastmodel en heeft meer nuttige inhoud. Maar een kastmodel met laden vergemakkelijkt de schikking. Je vindt je diepvriesproducten snel terug.
  • Het volume van je diepvriezer hangt af van het aantal gezinsleden en of je vaak eigen producten invriest. Bewaar je uitsluitend diepgevroren producten? Dan volstaat 50 tot 80 liter nuttige inhoud per persoon. Vries je regelmatig verse producten in zoals vlees, vis, groenten, zelfbereide soep, …? Dan reken je het best 100 tot 130 liter per persoon.
  • De koeltechniek is een belangrijk criterium bij de keuze van jouw diepvriezer. Die bepaalt het energieverbruik en de manier van ontdooien.
    • Een conventionele diepvriezer met statische koeling moet je ongeveer tweemaal per jaar manueel ontdooien. Let er bij aankoop op dat je het dooiwater makkelijk kunt opvangen.
    • Bij een no-frost-systeem is ontdooien niet meer nodig. Een ventilator stuwt koude droge lucht door de vriesruimte, zodat zich geen dikke ijslaag kan vastzetten. Je hebt ook geen last van geurtjes en je diepgevroren producten kleven niet aan elkaar. Ze zijn duurder in aankoop en hebben een iets hoger energieverbruik.
    • Een low-frost-diepvriezer is energiezuiniger dan een no-frost. De temperatuur is homogener dan bij statische koeling en er vormt zich 80% minder ijs op de binnenwanden. Je moet dus minder snel ontdooien.

Vaatwasser

  • Vaatwassers zijn er in drie afmetingen: standaard, smal of compact. Kies het toestel dat het beste pas bij jouw woon- en gezinssituatie.
    • Een standaardmodel is 60 cm breed en biedt plaats voor 12 couverts*. In sommige modellen van deze afmeting kun je 13 of 14 couverts kwijt. De vaat wordt hier dichter naast elkaar geplaatst. *Eén couvert is het servies dat één persoon gemiddeld gebruikt bij een driegangenmenu: 1 soepbord, 1 eetbord, 1 dessertbord, 1 koffiekop, 2 schoteltjes, 1 glas, 1 mes, 1 vork, 1 lepel, 1 dessertlepel, 1 koffielepel.
    • Woon je alleen of heb je weinig ruimte in je keuken? Dan is er een smal model van 45 cm, met een capaciteit van 9 couverts. Of je kiest voor de compacte versie met de afmetingen van een inbouwoven. Een compacte vaatwasser van 45 cm hoogte kan 6 couverts aan.

Kookstoestellen

Kookplaten

De kookplaat is de basisuitrusting van elke keuken. Om te koken heb je aardgas of elektriciteit nodig. Bekijk eerst welke aansluitingen in jouw keuken beschikbaar zijn. Ook het vermogen van de stopcontacten is belangrijk. Jouw keuze wordt niet alleen bepaald door de energiebron, ook budget en kookgewoontes spelen een rol.

  • Elektrisch koken
    • Vitro-keramische kookplaten hebben meestal afgelijnde kookzones. De warmteproductie gebeurt door ingewerkte weerstanden (warmtegeleiding) of door halogeenlampen (warmtestraling). Halogeenzones warmen vlugger op en koelen sneller af. De bereiding komt vlug op de juiste temperatuur en er gaat achteraf minder warmte verloren.
      • Rendement van 55 tot 60%.
      • Elektrisch koken vereist goede kookpannen: een goed sluitend deksel en een volkomen vlakke, niet vervormbare bodem. Een eenvoudige test geeft zekerheid: breng wat water aan de kook. Indien er zich gelijkmatig over héél de bodem kleine luchtbelletjes vormen, is de kookpan geschikt voor elektrisch koken.
    • Inductiekookplaten verschillen uiterlijk nauwelijks van hun vitro-keramische zusjes. Toch is hun werking helemaal anders. Inductiekookplaten werken op basis van een elektromagnetisch veld. De warmte wordt opgewekt in de bodem van de kookpan zelf. Pot- of panbodem moet dus gemaakt zijn van magnetisch materiaal. Enkel dan is er warmte-ontwikkeling. Het glas van de vitro-keramische plaat warmt niet op, hooguit een beetje door geleiding van de warme kookpan naar de kookplaat.
      • Rendement van 80 tot 90%.
      • De opwarmingsfase gebeurt erg snel en verkort het hele kookproces.
      • Je kunt de temperatuur precies en ogenblikkelijk aanpassen.
      • Je bespaart 40 tot 60% ten opzichte van andere kooktoestellen.
      • Je reinigt de vitro-keramische plaat makkelijk, omdat de oppervlaktetemperatuur van het glas beperkt blijft en voedselresten dus niet inbranden.
      • Inductiekoken vereist de juiste kookpannen. Doe de test: houd een magneet onder de bodem van je pan of pot. Als de magneet wordt aangetrokken , is de pan geschikt voor een inductiekookplaat.
  • Koken met aardgas
    • Als je aardgas in huis hebt, beschik je over de zuinigste energie om te koken.
    • Moderne gaskookplaten zijn snel, veilig en eenvoudig te bedienen. Je kunt ze zeer precies regelen.
    • Een thermokoppelbeveiliging stopt de gastoevoer automatisch als de vlam dooft.
    • Kies kookplaten in functie van jouw gezin. Er is een ruime keuze aan branders:
      • Spaarbrander (1kW)
      • Normale brander (1,7kW)
      • Sterke brander (3kW)
      • Een wokbrander met dubbele vlamringen (tot 5kW) wokt 15% sneller dan een gewone brander.
    • Rendement van 50%, omdat niet alle warmte in de kookpot, maar ook in de omgeving terechtkomt.

Ovens

Inbouwovens werken meestal elektrisch. Hun thermostatische regeling en hun perfecte isolatie (als ze een A-label hebben) staan garant voor een minimaal verbruik.

  • Elektrische ovens
    • Conventionele ovens hebben bovenaan en onderaan weerstanden die een statische stralingswarmte afgeven. In dergelijke ovens is de plaats van het gerecht belangrijk.
    • In heteluchtovens kunt u gerechten op verschillende niveaus tegelijk bereiden. Ze hebben een ingebouwde ventilator die de warme lucht in de oven blaast. Ze warmen snel op, hebben een betere warmtespreiding.
    • De multifunctionele oven is uitgerust met boven – en onderwarmte, een grill, ventilatie en al of niet met microgolffunctie.
    • Koken met stoom is een methode die toelaat om weinig of geen vetstof te gebruiken. Omdat de gerechten niet rechtstreeks met water in aanraking komen, blijven voedingsstoffen, maar ook hun kleur en vorm, goed bewaard. Een stoomoven met atmosferische druk is een oven waarin je kunt bakken, braden en stomen. Stoomovens met overdruk zijn energiezuiniger en vergelijkbaar met de drukkookpan die je op een kookplaat gebruikt.
      • In een stoomoven kun je ook zuigflessen steriliseren, borden voorverwarmen, voedsel ontdooien en opwarmen.
  • Aardgasovens
    • Aardgasovens zijn zowel in aankoop als in verbruik goedkoper dan elektrische ovens. Er zijn twee systemen: natuurlijke en mechanische convectie. Beide types hebben boven- en onderaan een verwarmingselement, wat een natuurlijke luchtcirculatie geeft.
    • Gasovens met mechanische circulatie hebben een ventilator in de achterwand die de warmte gelijkmatig verdeelt. Daardoor kun je gerechten op verschillende niveaus bereiden.
    • Gasovens zijn snel op temperatuur. Voorverwarmen is dus niet nodig. Ze geven een uniforme ‘vochtige’ warmte af. Gerechten drogen daardoor minder uit en blijven lekker sappig.
    • Het ovenvolume varieert tussen 40 en meer dan 100 liter. Kies een oven die is aangepast aan jouw gezinssituatie.
  • Microgolfovens
    • Veel mensen gebruiken de microgolfoven enkel om voedsel op te warmen of te ontdooien. Maar je kunt er alles in garen: rauwe groenten, aardappelen, sauzen, vis, kip,…>
    • Naast enkelvoudige microgolfovens zijn er ook combinatiemicrogolfovens. Die combineren de microgolffunctie met weerstanden. Klassieke gerechten zoals gebraden kip of rosbief zijn 50% sneller gaar en krijgen een mooi korstje. Je spaart tijd en energie.

Tips om zuinig te koken en te bakken

  • Gebruik de juiste kookpannen en -potten, afgestemd op jouw systeem.
  • Koken zonder deksel verbruikt veel meer energie dan koken met deksel. Kook dus alleen zonder deksel als dat echt nodig is voor de bereiding.
  • Stem de grootte van je kookpannen af op de inhoud en op de grootte van je kookplaat.
  • Kook je met gas? Zorg ervoor dat de vlam niet buiten de kookpan reikt! Anders gaat er veel energie verloren.
  • Gebruik de restwarmte van de vitro-keramische kookplaat door de kookplaat vroeger uit te schakelen. De bereiding gaart nog even verder.
  • Een goed onderhoud verlengt de levensduur van je kookapparaten.
  • Goed geïsoleerde ovens verbruiken merkelijk minder dan andere. Let erop bij aankoop! Een goed geïsoleerde ovendeur heeft meestal dubbel of driedubbel glas. Daardoor blijft de temperatuur aan de buitenkant lager en lopen kinderen minder gevaar.
  • Een heteluchtoven is sneller op temperatuur en heeft een grotere warmtespreiding. Dat scheelt in het energieverbruik.
  • Open de oven zo weinig mogelijk tijdens een bereiding.
  • Gebruik de restwarmte optimaal: schakel de oven vroeger uit.
  • Denk na over de plaatsing van je oven. Zet hem nooit naast een koelkast of een diepvriezer. Kan het toch niet anders? Zorg dan voor een doorgedreven isolatie tussen beide toestellen.
  • De kooktijd in een stoomoven hangt niet af van de hoeveelheid voedsel: vier aardappelen zijn bijvoorbeeld even snel klaar als twaalf aardappelen.
  • Gerechten uit de microgolfoven garen nog 5 tot 10 minuten na, of ontdooien nog verder.
  • Potjes die warm worden in de microgolfoven, slorpen zelf energie op. Met een hoger energieverbruik als resultaat. Hoe warmer het potje, hoe minder geschikt voor de microgolfoven.
  • Kleine hoeveelheden vloeistof worden zuiniger opgewarmd in de microgolfoven. Grote hoeveelheden verwarm je het best op een kookplaat.
Om te testen of een potje geschikt is voor de microgolfoven, zet je het leeg naast een andere bereiding (een microgolfoven mag immers nooit leeg werken), en controleer je na enkele minuten de temperatuur.

Televisie, multimedia en entertainment

  • We zitten gemiddeld vier uur per dag voor een tv-scherm en dat vraagt stroom. Het loont dus om bij aankoop van een nieuw tv-toestel, na te denken over het juiste scherm.
  • Vergelijk vooraf het energieverbruik, ook in stand-by. Kies voor een toestel met een goed bereikbare aan- uitknop of een zeer laag stand-byverbruik.
  • De gegevens op het energielabel zijn gebaseerd op de fabrieksinstellingen (‘home mode’) en leveren niet noodzakelijk een optimale beeldkwaliteit op. Stel je tv-toestel energiezuinig in via het menu ‘Instellingen’.
  • Ook de helderheid en het contrastzijn standaard aan de hoge kant ingesteld. Pas ze aan in functie van de lichtsituatie. Minder helderheid en minder contrast besparen energie. Staat jouw tv-toestel in een donkere omgeving, dan volstaat een wat mindere helderheid en contrast.
  • LED-schermen zijn het zuinigst, gevolgd door LCD en dan plasma.
  • Koop een tv-toestel met aangepaste schermgrootte. Hoe groter het beeldscherm, hoe meer het zal verbruiken in dezelfde technologie.
  • Kies een apparaat met Energystar-label. Zo’n toestel werkt met powermanagement, waardoor het energiezuiniger is dan apparaten zonder keurmerk.
  • Een decoder voor digitale televisie verbruikt vrij veel stroom, zelfs in stand-by. Kijk na of je via het menu een lager energieverbruik kunt instellen. Zo niet, schakel de decoder dan het best uit met aan/uit-knop als je geen tv kijkt of geen opnames hebt gepland.
  • Zet je toestellen volledig uit. Laat toestellen met afstandsbediening zoals tv, decoder, dvd-speler of hifi, niet op stand-by staan. Schakel ze volledig uit. Je bespaart dan al snel 30 euro per jaar.
  • Laat laders zo kort mogelijk in het stopcontact zitten. Dat geldt vooral voor oudere (zware) laders van bijvoorbeeld een kruimeldief. De huidige laders van gsm, laptop, camera en dergelijke stoppen automatisch de stroomtoevoer als het apparaat is opgeladen.
  • Schakel dimmers helemaal uit. Ze blijven immers energie verbruiken als de lamp niet aanstaat.
  • Gebruik een stand-byregelaar. Soms is het lastig om een apparaat helemaal uit te zetten of de stekker uit het stopcontact te halen. Je kunt dan een stand-byregelaar tussen het apparaat en het stopcontact zetten, die de stand-bystand volledig uitschakelt. Deze stekkers hebben een zeer laag vermogen (tussen 0,1 en 0,3 watt) en verbruiken dus maar weinig energie. Er zijn verschillende regelaars voor verschillende toepassingen. Laat je dus goed adviseren.
  • Laat je laptop niet in slaapstand staan. Zelfs dan vraagt het toestel nog een vermogen van 15 watt, onder meer om de batterij op te laden. Haal dus zoveel mogelijk de stekker uit het stopcontact als je laptop niet actief is.
  • Gebruik je tv niet als achtergrondmuziek. Een radio verbruikt veel minder en helpt je zo’n 15 euro per jaar te besparen.